Parkeerregime

Behaalt u (nog) te weinig resultaat met het stimuleren van alternatieven voor de auto of met het belonen? Met een parkeerregime stapt u van het vrijblijvende karakter af. U bepaalt zelf óf en welke medewerkers (en eventueel bezoekers) gebruik kunnen maken van de parkeerplaats.

Wie krijgt een parkeerplek?
Weeg heel goed af wie u wel - en wie u geen – toestemming wilt geven om te parkeren. Het is belangrijk om hierbij ook de ondernemingsraad te betrekken. Bij uw afwegingen gaat u uiteraard uit van het aantal parkeerplaatsen dat u beschikbaar heeft, maar ook van uw visie op mobiliteit. Definieer de verschillende groepen zo helder mogelijk; hiermee voorkomt u onduidelijkheid en onrust onder uw medewerkers.

U kunt denken aan de volgende selectiecriteria:

  • De reisafstand. Medewerkers die bijvoorbeeld minder dan tien kilometer van het werk wonen, geeft u geen toegang tot de parkeerplaats.
  • De reistijd. U kunt als regel stellen dat mensen alleen een parkeerplaats krijgen als de woon/werkreis met het openbaar vervoer bijvoorbeeld anderhalf keer zo groot is als de reis met de auto.
  • Reist de medewerker alleen of samen? U kunt ervoor kiezen carpoolers en vanpoolers altijd een parkeerplaats te geven.

Betaald parkeren
Een andere manier om het parkeerregime in te vullen, is de invoering van betaald parkeren. Hiermee geeft u alle medewerkers de vrijheid om te parkeren bij uw organisatie. Iedere medewerker (of bezoeker) maakt een individuele afweging of hij hiervoor geld over heeft. Deze maatregel is uitstekend te combineren met een persoonlijk mobiliteitsbudget.

Een parkeerregime is erg effectief. Het is belangrijk dat u ook de alternatieven voor het gebruik van de auto goed onder de aandacht brengt. Maak de alternatieven aantrekkelijk, bijvoorbeeld met (tijdelijke) beloningsmaatregelen.